Om 8 uur 's avonds dook ik mijn bed in, vrij relaxed, zeker niet zenuwachtig. Voor het eerst sliep ik snel en goed en werd ik per ongeluk om 2 uur gewekt door een foutje van mijn mobiel. Rond half 4 werkte ik mijn yoghurt met banaan ontbijt naar binnen en iets over vieren stond ik aangekleed en wel met mijn UPS tas beneden in de lobby.
Er hing een opgetogen en gezellige sfeer. Ik had er ontzettend veel zin in, was klaar wakker en ready to go. We liepen met alle lopers en aanhang naar de bussen op Times Square en nam daar afscheid van mama en As, om ze bij mile 17 pas weer te zien. Vanaf dat moment was het toch wel een beetje ieder voor zich, maar ik stapte met de twee mooie mensen op de hier bovenstaande foto in een bus. Rond een uur of 5 kwamen we op het startterrein in Staten Island aan. "Welcome to the start of the ING New York Marathon of 2008!" stond er boven de poort, overal lopers, vrijwilligers die je succes wensen, ik voelde me geweldig en stiekem wel een beetje trots.
We namen met ze drieën plaats in een grote tent, die later de ceremonie tent bleek te zijn voor de Christelijke lopers onder ons. Beetje kletsen met de buren, elkaar warm houden (het was goed koud), af en toe een loopje naar de ECO toiletten en een kopje thee erbij. Het startterrein had eigenlijk best wel iets weg van een vluchtelingenkamp, met het verschil dat wij er binnen no time weer weg waren. Mensen in vuilniszakken, schilderpakken, oude kleren, of gewoon alle drie tegelijk, alles liep er rond.
Rond half 8 kwam er een soort van dominee binnen met een in mijn oren nogal zoetsappig verhaaltje in de trant van "God loves you, praise the lord". Allemaal prima hoor, maar ik heb er gewoon niet zoveel mee. Toen we hoorden dat we ook nog "God loves me" liedjes zouden gaan zingen binnen een halfuur, leek het ons een mooi plan om op te stappen.
En toen... toen kwamen wij deze prachtige auto tegen:
Poland Spring was de waterleverancier en tevens sponsor van de marathon en stond met deze prachtige bus op het startterrein flesjes uit te delen. Laat één van de hokjes aan de achterkant (hier op de foto te zien) nou leeg zijn... We trokken het luik omhoog, konden ons geluk vervolgens niet op en settelden ons binnen no time in de Poland Spring bus. Het was geweldig, knus, relatief warm, met ons gezicht in de zon en kijk op de start. Ontzettend veel plezier gehad met de buren, alle lopers die foto's van ons kwamen maken (en stiekem baalden dat zij er niet zaten) en camera ploegen voor een kort interview. Uitermate sfeer en plezier verhogend.
Om half 10 namen de oudste broer en ik afscheid van de jongste, die een start eerder had dan wij. Vanuit onze lounge keken we naar de start van de professionele mannen en vrouwen, gevolgd door zo'n 30.000 andere lopers. Het was een waanzinnig gezicht én gevoel. Na een laatste toiletbreak rond 10 uur vertrokken wij ook naar ons startvak, waar wij 20 minuten later dan eindelijk zouden starten. Daar nam ik afscheid van mijn zeer veelvuldig gedragen en tevens geliefde Asicsbroek en rode trui. Het was namelijk zo dat je kleding mocht aanhouden tot vlak voor de start en deze vervolgens uit kon trekken en langs de kant gooien, opdat deze weer werd verzameld voor de homeless. Best een mooi concept.
Terwijl wij rustig in het startvakken stonden te wachten, nam de adrenaline toe en voelde ik me uitermate gelukkig. Ik straalde en legde de eerste 15 kilometer geloof ik met een brede smile af. Ons startschot klonk en heel langzaam kwam de meute van duizenden lopers in beweging. Het duurde bijna een kwartier voor wij daadwerkelijk over de start gingen en onze eerste brug, de Verrazona Narrow Bridge, met goede moed op renden.
Het was onwerkelijk, buitengewoon ontzettend onwerkelijk, dat ik begonnen was aan de marathon van New York en met elke stap meters achter me liet die niet meer terug zouden komen. Niet meer zoals die ene, eerste keer. Ik voelde me goed, tamelijk oppermachtig, enthousiast, blij en nog veel meer en samen met de oudste verslond ik meters op de bewuste brug met prachtig uitzicht. De eerste brug zouden we samen lopen, voor het idee en het gevoel, en daarna ieder zijn eigen weg. Een marathon doe je uiteindelijk alleen, ieder zijn eigen race, dacht ik althans.
We kwamen van de brug af en liepen Brooklyn in. Er waren nog niet heel veel mensen, maar ik wist dat ze zouden komen. Rond mile 5 was dat ook zo. We liepen door straten met bandjes, enthousiaste en applaudisserende mensen die onze namen schreeuwden en later bleek dat het nog veel gekker kon en werd. Ik heb nog nooit zo snel 10 kilometer afgelegd, hoewel ik er bijna een uur overdeed. Het ging geweldig en ik voelde me geweldig en met de oudste nog steeds aan mijn zij kon ik de wereld echt wel aan.
Rond mile 11 liepen we de Joodse buurt in en de enthousiastelingen namen drastisch af. Schijnbaar vinden orthodoxen Joden marathonlopende mensen niet heel geweldig en dus ook zeker geen aanmoedigende leuzen van hun kant. Toch had het wel iets.
Het halve marathonpunt lag aan het begin van een bruggetje die we even verwarden met de Queensborrow Bridge. Nogal een vergissing, want die brug wordt niet ten onrechte gevreesd. Wederom legde ik de snelste halve marathon ooit af, voor mijn gevoel, in ieder geval. Hier begonnen mijn knieën pijn te doen, maar dan ook echt betrekkelijk veel pijn. Ik zat eigenlijk al vanaf de start te wachten op het eerste pijntje en was na elke pijnloze kilometer meer dan blij geweest dat ik die pijnloos had afgelegd. Maar hier begon het en toen ook nog een beetje omhoog zo af en toe.
Eenmaal de brug (of eigenlijk het bruggetje) over, kwamen we Queens in en werden we weer verwelkomt door een hoop mensen, muziek en energie. Rond mile 15 zouden we dan eindelijk die Queensborrow Bridge tegenkomen en daar ga je dan toch aan zitten denken. Tegen de tijd dat we daar daadwerkelijk aankwamen, voelde ik me weer uitermate fit en gelukkig en was de pijn in mijn knieën verdwenen. Met de gedachten aan onze paps en mams (we liepen nog steeds samen) op mile 17, overwonnen we hem toch en constateerden dat de brug met recht gevreesd wordt.
Maar daarom niet minder leuk, want zodra je de hoek omdraait en Manhatten voor de eerste keer inloopt, begint er een feest zoals daarvoor nog niet gevierd is. Veel mensen, heel veel mensen, en ze staan er allemaal voor jou, denk je, voel je. En toen op mile 17 mama en As. Even een snelle knuffel en bevoorraad met een banaan ook net zo snel weer weg. Hier begint dan ook vrij snel de echte marathon, of nouja, dat waarvan je denkt dat het voelt als een marathon, want stiekem ga je toch zitten denken: "Wanneer komt het moment dat ik echt helemaal stuk zit?".
Gespeculeerd wordt dat dit rond kilometer 30, 35 gebeurd en ook dat is denk ik wel waar. Bij mile 20, kilometer 32, kreeg ik steken in mijn zij, werden de benen moe en begon ik mij op vrij onbekend terrein te begeven. En toen was daar mijn loopmaatje die me er doorheen hielp, zei dat ik het kon en deed wat alleen een loopmaatje gedurende een marathon kan doen en wat je alleen kan ervaren als je stuk zit (dan eindelijk die term) en nog een kilometer of 10 moet. Samen alleen, in haar puurste vorm, op dat moment.
Vanaf die mile 20 werd genieten moeilijker, maar de enthousiastelingen ook nog enthousiaster. "Come on Anne! You can do it Anne!". Niets is mooier dan je laten dragen door het publiek, want dat moet je vooral doen.
Elke mile die we vervolgens aflegden, bracht de finish dichterbij en dat is dan ook precies wat je wilt en nodig hebt. De finish, wáár is die finish, ik wil en moet en zal naar die finish!
Bij mile 24 eindelijk het Central Park in, een ook dan denk je aan de verhalen van mensen die je voor gingen en hebben gezegd dat het Central Park eindeloos lijkt. Toch ging het laatste stuk voor mijn gevoel snel. We waren moe, voelden elke spier op een wat onprettige manier en praten ging niet meer. Lopen, lopen, blijven lopen. Op mile 25 voor de laatste keer onze paps en mams, alleen even gezwaaid en wat gelachen, want stoppen ging niet meer.
Fifth Avenue op, de aller enthousiaste mensen naast het parcours en Columbus Circle daar boven aan de ogenschijnlijke lange weg omhoog. Stap voor stap, langzaam en zeker gestaag erheen. En toen eindelijk, na ruim 4 uur, op dat punt waar we twee dagen geleden het laatste stukje tot de finish hadden geproefd. Vanaf hier wisten we het, voor het eerst. Met een flauwe bocht draaiden we voor het laatst het park weer in en dan kijk je wat versuft naar de bordjes "400 meter", "200 meter" en zie je daar de finish. De finish... de finish. Aanzetten ging niet meer, hoefden ook helemaal niet meer, want het ging erom dat we het zouden halen en dat ging nu zeker weten gebeuren.
We pakten elkaars hand, keken elkaar aan en lieten toen vlak voor de finish weer los om naast elkaar te finishen. Samen alleen, samen alleen.
Minutenlang omhelst zo leek het, helemaal kapot, en een gevoel wat alleen begrepen wordt door mensen die ons voorgingen, of nog na ons zouden finishen. We hadden de marathon van New York gelopen, kwamen, zagen en overwonnen en nooit, maar dan ook nooit meer. Dachten we toen, in ieder geval.
Het was onwerkelijk, meer onwerkelijk dan alle keren dat ik nu onwerkelijk heb geschreven, en ook uitermate, ontzettend prachtig. Ik voelde me héél, héél gelukkig en het uur daarna leefde ik nog in een soort marathonroes.
Alles wat er daarna gebeurde doet er eigenlijk niet toe, niet na wat ik toen heb ervaren. Je krijgt je medaille, je thermodeken, fotootje, foodbag, haalt je tas op bij de UPS truck en loopt nog een stuk naar het reunionpunt (wat eigenlijk ook wel heel erg mooi was, dat dan weer wel). Mensen geknuffeld, nog wat fotootjes en dan naar de metro. Een trap af, héél erg pijnlijk, smsjes sturen, vriendinnetjes bellen en gebeld worden. Naar je hotelkamer, smsjes checken, ook maar eens douchen, in je pyama kruipen (ook heel pijnlijk) en in slaap vallen met een medaille op je nachtkastje.
Wakker worden, geen stap kunnen zetten, stijve spieren en dan die knieën, oh die knieën! Als dat maar overgaat, denk je dan. Als iedereen die heeft gezegd dat het geen goed plan was en je veel te jong was, maar niet gelijk gaat krijgen, denk je dan. De straat op voor de New York Times, want je staat erin, je staat erin! En dan gewoon weer verder leven...
Zoiets, was het. Zo ongeveer, ging het. Maar alleen zij die me voorgingen of na mij kwamen, zullen weten hoe het écht was, écht voelden. Prachtig, geweldig, intens, mooi, pijnlijk, moeilijk, zwaar, prachtig, geweldig, intens, mooi, pijnlijk, ....